Helga van Leur: 'Het weer verruwt en wordt extremer'
De afgelopen jaren kende de Rijn een aantal extreem hoge en lage waterstanden. Dat leidde tot vragen over de gevolgen die een eventuele klimaatverandering op de bevaarbaarheid van deze belangrijke verkeersader kan hebben. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) houdt daarom op 24 en 25 juni in Bonn een congres over dit onderwerp.
Op het CCR-congres in Bonn wordt aandacht besteed aan de kansen van de klimaatverandering voor de binnenvaart en de mogelijke consequenties op lange termijn voor de bevaarbaarheid van de Rijn. Helga van Leur, weerkundige bij RTL4, hield tijdens Shipping Industry in Gorinchem een lezing over de oorzaken en gevolgen van een klimaatverandering. Zij gaat er vanuit dat het klimaat verruwt, waarbij extreme weerssituaties steeds vaker voorkomen.
‘Op de rivier moet je dan denken aan extreem hoog en extreem laag water met lange droogteperiodes', aldus Van Leur. Dat betekent niet per se dat de gemiddelde temperatuur sterk veranderd. Zo'n gemiddelde zegt niets over de werkelijkheid, dat is een statistisch gegeven. De temperatuur schommelt daar omheen en is vrijwel altijd hoger of lager.'
Weervrouw Helga van Leur verwacht dat de schommelingen groter worden. ‘Een temperatuur van min veertig graden in januari en plus vijftig graden in augustus zorgt dan voor een gemiddelde van vijftien graden.'
In Nederland wordt het klimaat in sterke mate bepaald door de temperatuur van het water in de Noordzee. Op wereldschaal hebben de oceanen, die zeventig procent van de aardbol bedekken, een grote invloed op de warmteverdeling. Thermische oceaanstromingen verminderen de temperatuurverschillen tussen de koude en de warme plekken op aarde. Warm oceaanwater stroomt naar de Noordpool, waar het afkoelt, en koud water stroomt van de Noordpool naar het zuiden, waar het weer opwarmt. Oceaanwater doet er 200 jaar over om zo'n kringloop te volbrengen. De huidige golfstroom zorgt er bij ons voor dat de gemiddelde temperatuur (met name 's winters) hoger is. Wij hebben daardoor een veel gematigder klimaat dan op dezelfde breedtegraad liggende gebieden in Rusland of Canada.
Als door klimaatverandering het ijs bij de polen smelt, vervangt donker zeewater daar de witte sneeuwmassa en worden de polen warmer. Dan kan de thermische pomp die onze golfstroom in beweging houdt stilvallen. ‘De afgelopen eeuwen is dat drie keer gebeurd. Bij ons kan dat tot een kouder klimaat leiden.' Het ‘broeikaseffect' kan voor Nederland dus ook averechts uitpakken.
Helga van Leur waarschuwt voor te groot optimisme mocht de wereld er in slagen de CO2-uitstoot onder controle te brengen. ‘Wanneer we volledig stoppen met het uitstoten van CO2 duurt het nog vijftig jaar voor de atmosfeer reageert. De atmosfeer reageert namelijk met grote vertraging. We voelen nu pas de effecten van de CO2-uitstoot van onze grootouders. Wat we nu merken van de klimaatverandering is het boven water steken van het puntje van de ijsberg, zeven achtste zit nog onder de oppervlakte.'
De gemiddelde neerslag is de afgelopen eeuw in Nederland toegenomen, van 700 naar 800 millimeter per jaar, een toename van bijna vijftien procent. ‘Die verandering komt echter vooral door het veranderde oppervlak van ons land. Steden als Amsterdam en Rotterdam zijn een soort kunstmatige bergen waarboven de wolken stijgen zodat ze hun water los laten.' De verwachting is dat de neerslag in Noord-Europa in de toekomst toeneemt en in Zuid-Europa afneemt.
Er worden veel fabeltjes verteld over de schadelijkheid van broeikasgassen. Die zijn volgens weervrouw Helga van Leur juist onontbeerlijk in onze atmosfeer. ‘Zonder broeikaseffect zou het gemiddeld 33 graden kouder zijn en was de aarde onleefbaar.'
Het probleem is dat een teveel aan broeikasgassen een te hoge temperatuur veroorzaakt. Dit is te zien op weerfoto's. De atmosfeer bestaat voor 99,2 procent uit zuurstof en stikstof en voor de rest uit CO2 en een aantal andere broeikasgassen. De hoeveelheid CO2 is in honderd jaar gestegen van 0,0280 naar 0,0385 procent. Het grootste deel van die stijging had pas de laatste tien jaar plaats. In die periode steeg het CO2-percentage van 0,0295 naar 0,0385. Op dit moment stijgt de hoeveelheid CO2 dus zeer snel. ‘Het CO2-gehalte stijgt in dit tempo binnen een eeuw naar 0,0700 procent', zegt De Leur.
‘Het maximaal toegestane percentage in besloten ruimtes als kantoren is nu 0,1200 procent. Boven dat niveau word je suf en krijg je last van concentratieverlies en hoofdpijn. Wanneer het CO2-percentage in de buitenlucht stijgt, stijgt dit in afgesloten ruimtes steeds sneller naar dat kritische niveau.'
Van de overige broeikasgassen is methaan (CH4) misschien wel de sterkste. Het aandeel in de atmosfeer is nu 0,002 procent. ‘Dat is heel weinig, maar het broeikaseffect van methaan is tien keer zo groot als van CO2. Probleem is, dat door een geringe opwarming van de aarde, methaan uit de grond en de oceaan vrij kan komen. Veel methaan wordt vastgehouden op de koude oceaanbodem en in permanent bevroren gebieden in Rusland. Wanneer dit methaan door opwarming van de oceaanbodem opstijgt en vrijkomt uit ontdooiende permafrost gebieden in Rusland, kan dat de temperatuurstijging versnellen, waarbij een domino-effect optreedt door nog meer vrijkomend methaangas. Dan kan de gemiddelde temperatuur tien tot vijftien graden stijgen.'
De opwarming van de aarde zou een reden kunnen zijn brandstoffen niet langer te ontzwavelen. ‘Zwavel heeft een koelend effect.'
Waterdamp heeft een belangrijke invloed op de gevoelstemperatuur. ‘Wanneer er veel waterdamp in de lucht zit voelt deze warmer of kouder aan. Waterdamp versnelt ook de verspreiding van schimmels en bacteriën.
In oude ijslagen worden tegenwoordig monsters van luchtbellen genomen om de samenstelling van de atmosfeer in het verre verleden te bepalen. ‘Als je in de poolgebieden twee kilometer diep boort en onderweg monsters neemt, ga je 400.000 jaar terug in de tijd.' In die lange periode wisselden warme en koude periodes elkaar af. ‘De aarde heeft een soort hartslag. Die koude en warme periodes hebben te maken met de periodiek wisselende afstand van de aarde tot de zon. Soms is die afstand een heel stuk groter en dan komen we in een ijstijd terecht. Een complete cyclus duurt ongeveer 100.000 jaar.'
De huidige warme periode duurt al 26.000 jaar en de aarde staat weer op hetzelfde punt als 450.000 jaar terug. Volgens sommige wetenschappers zijn we daarom op weg naar een ijstijd en is de huidige temperatuurstijging slechts een rimpeling op die weg. ‘Die koude periode komt er waarschijnlijk echter pas over 500 tot 5000 jaar. Als het eerst een stuk warmer wordt breken er misschien wel oorlogen uit over water. Aan de andere kant kan een vulkaanuitbarsting roet in het klimaatbeeld gooien, zodat de aarde ineens sterk afkoelt. Dat is al eerder gebeurd, aldus Helga van Leur.
